<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
	
	>

<channel>
	<title>197</title>
	<link>https://eennegenzeven.eu</link>
	<description>197</description>
	<pubDate>Thu, 03 Dec 2020 17:20:38 +0000</pubDate>
	<generator>https://eennegenzeven.eu</generator>
	<language>en</language>
	
		
	<item>
		<title>Anderhalve kilo fabelachtig blauw</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Anderhalve-kilo-fabelachtig-blauw</link>

		<pubDate>Thu, 03 Dec 2020 17:20:38 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Anderhalve-kilo-fabelachtig-blauw</guid>

		<description>Anderhalve kilo fabelachtig blauw 
A mythical blue, out of which white chiselled Elzévir capitals rise like the rocks of Ithaca, or do they float as William H. Gass sees them, ‘like a chain of white islands, petals shaken on a Greek sea.’1

Dit talige citaat beschrijft het omslag van een evenzo mythisch boek uit 1922: Ulysses, de veelgeprezen roman van de Ierse schrijver James Joyce (1882–1941). Krantenverkoper Leopold Bloom en schrijver Stephen Dedalus nemen ons daarin mee op een intense reis door Dublin tijdens een willekeurige zomerdag.De titel refereert aan de held van Homerus’ epische gedicht de Odyssee, Joyce legt in de ervaringen van de personages een reeks parallellen tussen het gedicht en zijn roman. Kenmerkend zijn de experimentele literaire stijlen die de auteur in zijn roman gebruikt. Dit resultaat geeft je zelfs de beste cursus creatief schrijven niet. De inhoud van het boek is uitputtend geanalyseerd en dat onderdeel laat ik verder ook graag over aan de geleerden.


De fascinatie van een ontwerper
John Morgan, een Brits ontwerper en Professor ‘Entwurf, Typografie und Buchkunst’ aan de Kunstakademie Düsseldorf, is gefascineerd door het boek. Niet zozeer door de inhoud, hij las het vuistdikke werk onlangs pas in zijn geheel, maar door de vorm en het ontwerp. Morgan (1973) staat te boek als een zorgvuldige zelfs ingetogen typograaf. Hij ‘zette’ het gebedenboek van de Anglicaanse kerk en deed de branding voor de Sloveense hoofdstad Ljubljana.In november bezocht ik een lezing van hem op de Van Eyck Academie, daar bleek dat hij over het omslag en de typografie van Ulysses’ eerste editie uren kan praten. Hij deelde zijn onderzoek en fascinatie naar de ooit verboden roman met ons: de zoektocht van de Ierse auteur naar de perfecte kleur blauw om zijn jarenlange arbeid te omsluiten.
Dertien miljoen verzameld op een boekenkar
Volgens Morgan deed de Franse drukker van de eerste twee edities van Ulysses, zijn uiterste best om het juiste blauw te vinden. De kleurmonsters die Darantière naar Parijs meenam – hier huiste de uitgever, Shakespeare and Company – kwamen steeds nét niet overeen met het blauw van de Griekse vlag uit die periode.

Uiteindelijk bracht dat hem naar Beieren, waar hij het juiste blauw vond, echter niet op het juiste papier. De oplossing was om de juiste kleur op wit karton te steendrukken (lithografie), zo kwam het beoogde grieksblauw tot stand.Zoals Gass al opmerkte, resulteerde dat in een eerste druk met een mythisch blauw omslag waar tegenwoordig op veilingen tienduizenden euro’s voor gevraagd wordt. Het anderhalve kilo en 730 pagina’s tellende resultaat werd door Joyce in een brief aan zijn geldschieter beschreven als ‘the Greco-Bavarian telephone directory’.
De reis van Morgan eindigt in Austin, Texas om daar de ongeveer veertig aanwezige edities uit 1922 in een archief te bekijken. Je kunt je de foto van de archivaris met de boekenkar voorstellen. Morgan duikt daar door een microscoop in het blauw van de Griekse zee; het omslag van nummer 17, zijn favoriete versie. Overigens is het zetwerk van de titel verre van perfect. De vakidioot ziet dat de kerning (overhang) niet klopt, er zit een gat tussen ‘UL’ en ‘YSSES’. Maar goed, if it's perfect it ain't real, hoorde ik laatst en daar ben ik het mee eens.

Friesevlagblauw met spreekstreepjes
Ulixes, de geslaagde Nederlandse vertaling, is van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. De titel honoreert de Latijnse vertaling van Odysseus en de typografie is hierin in overeenstemming gebracht met de wensen van Joyce. Ik vroeg Henkes wat hun overwegingen waren voor de vormgeving van de uitgaven:
–Hoe zit het met ‘de eisen die Joyce stelde aan de typografie’? Wat waren dit voor eisen?
‘Die typografische eisen van Joyce waren allereerst het gebruik van spreekstreepjes en geen ‘perverted commas’ zoals hij aanhalingstekens noemde. Die waren gebruikelijk in Frankrijk, waar het boek werd gedrukt, maar niet in Engeland, waar voorpublicaties verschenen. Hij wilde ook eigenlijk geen inspringende spreekstreepjes, maar uitspringende, die links van het tekstblok staan. Wij hebben hem daarin – eindelijk! voor het eerst ter wereld in de geschiedenis – gevolgd in onze Ulixes.’
–De Nederlandse paperback-editie heeft weer een ander kaft-ontwerp dan de hardback, zonder blauw. Wat was voor jullie het belang van dat ‘friesevlagblauw’, dichtbij het originele omslag blijven?
‘Wij maken van het grieksblauw friesevlagblauw, als verwijzing naar de reclame indertijd voor Friese Vlag Goudband koffiemelk, uit onze doornrooskleurige jeugd. Het stofomslag van de eerste druk van Ulixes zit dichter bij de kleur van Ulysses dan de latere Athenaeum paperback-editie, maar goed, blauw is blauw zullen we maar zeggen. Het verhaal erachter telt.

Over andere uitgaves en eerdere vertalingen hebben we ons niet bekommerd bij het kiezen van een kleur.Auteur Patrick Lateur heeft trouwens zijn magnifieke Odyssee-vertaling expres ook in een blauw stofomslag laten steken, iets donkerder dan Ulixes, als saluut zeg maar.’

–Volgens John Morgan is er een relatie met het wapen van de stad Zürich en de kleur van de trams aldaar, met de keuze van het blauw van de omslag. Terwijl het grieksblauw eerder uit het verhaal stamt. Met andere woorden, in hoeverre komt het blauw voort uit de inhoud en in hoeverre is het beïnvloed door externe invloeden?
‘De kleur van het stofomslag, of de kaft, moest blauw zijn als de Griekse vlag. Joyce had op het laatste moment de Homerische hoofdstuktitels geschrapt, dus de verwijzing naar Homerus bleef beperkt tot de titel. Misschien wilde hij het met de kleur nog wat aanzetten, we weten het niet. Hij bemoeide zich, net als Johan Cruijff, graag overal mee, dat is zeker.Wat John Morgan zegt, hoor ik voor het eerst. Als hij met overtuigende schriftelijke aanwijzingen komt dat Joyce het wapen van Zürich wilde vereeuwigen, geloof ik het graag. Maar het is net als met Finnegans Wake (andere titel van de schrijver, red.): je mag erin lezen wat je wilt, zolang je het maar leest.’
Met dank aan Robbert-Jan Henkes voor zijn toeschietelijke woorden.
Bronnen:
Video van lezing John Morgan over Ulysses tijdens ‘The Most Beautiful Czech Books of the Year 2018’
Eye 83
(Afbeelding: kb.nl)

–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op debedachtzamen.nl




Blue Mountain School</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Tussen haakjes</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Tussen-haakjes</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:28 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Tussen-haakjes</guid>

		<description>Tussen haakjes 
‘Veel wijsheid ligt in korte woorden besloten’, aldus de dichter 
Sophocles. Dit is één van de ruim 9.000 citaten uit hét standaardwerk 
over citaten: Citaten en aforismen van C. Buddingh’.


De grootheden der aarde hebben vele citaten nagelaten; hieronder zomaar wat voorbeelden:‘Cultuur is alles wat je niet hoeft te doen.’ (Brian Eno)‘Al het scherpzinnige is al een keer gedacht, je moet alleen proberen het nog eens te denken.’ (Goethe, Maximen und Reflexionen)‘Schoon is datgene wat innerlijk schoon is.’ (Wassily Kandinsky)‘Farming is not an easy thing.’ (Nelson Mandela)‘Een congres is een monster.’ (Hans van Mierlo)‘Men doet wat men kan, daardoor blijft er heel wat liggen.’ (Marten Toonder)‘De juiste basis voor een huwelijk is een wederzijds misverstand.’ (Oscar Wilde)

Alsof je het zelf hebt verzonnen
Citaten dus, maar wat is een aforisme? Een bondige uitspraak, grappig
 en/of paradoxaal. Aforismen bevatten meestal een boodschap van 
wijsheid.
Volgens Theodor Holman, die het voorwoord van deze ‘citatenbijbel’ 
schreef, is een goede kennis van spreuken ideaal om op feestjes indruk 
te maken. Je zult snel stijgen in achting van de feestgangers. Als je 
het goed overbrengt, zal het zelfs lijken alsof je het zelf hebt 
verzonnen!Ook zitten veel citaten, zoals blijkt uit Funny Quotes, barstensvol humor:‘I like work; it fascinates me. I can sit and look at it for hours.’ (Jerome K. Jerome, Brits schrijver).
Overigens is een pakkend citaat ideaal voor gebruik in je Twitter-bio, volgens de New York Times een ‘postmoderne kunstuiting’.
Voor de liefhebbers geef ik hier wat tips voor verdieping. Citaten en aforismen blijft favoriet en allesomvattend wat mij betreft!


C. Buddingh’. Citaten en aforismen. Het Spectrum, Utrecht (2003)
Wiard Raveling. Funny Quotes. Funny, Humorous, Critical, 
Ironical, Sarcastic, Frivolous, Outrageous, Silly and Clever Quotations 
by Famous, Well-known and Less-known People. Reclam Fremdsprachentexte, Stuttgart (2013)
Coen Simon. De wereld tussen haakjes. De mooiste zinnen uit de filosofie. Veen Magazines, Diemen (2003)
Maximen.nl. Zo veel mogelijk zeggen in zo min mogelijk woorden. Aan die kunst van de beknoptheid is deze website gewijd.


Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Torendroom</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Torendroom</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:27 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Torendroom</guid>

		<description>Torendroom
Liftdeur sluit, tijdreis door de letterenflat,
88 meter – Mies van der Rohe in moezelkalk.
oor plopt op 8, semantiek; nauwelijks lyriek,
Regenboog valt in het Reichswald.
Paul Watzlawick maakt goede sier op 4,
Erasmus werpt humanistische schaduw.
dichter op 6 – ravenzwart haar, daverende dictie,
Playtime – trap, lift, lift, trap.
uit de kelder schalt Mahlers symfonie in rust.
Vervloekt, bezet, geliefd.
Steeds opnieuw droom ik een film die ik nooit zag.
Inspiratie: mijn studententijd en ‘40 jaar Erasmustoren’ (speciale uitgave van Vox).

(Afbeelding: Kevin Lam – flickr.com)


–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Presentatieperikelen</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Presentatieperikelen</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:25 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Presentatieperikelen</guid>

		<description>Presentatieperikelen 
Twee keer zag ik een lezing van een Nederlandse uitgever uit New 
York. Zijn gloedvol betoog bracht hij uit het blote hoofd. Om het te 
bekrachtigen gebruikte hij een schoolbord en een krijtje.Ik had volledige aandacht voor wat de man zei, wat vooral kwam door zijn
 pure vertelkunst. Maar ook omdat een laptop in geen velden of wegen was
 te bekennen.


Beroepshalve ben ik als ‘emotionele steun’ (en voor het regelen van de uitrijkaart) vaker aanwezig bij lezingen.&#38;nbsp;In de voorbereiding is er technisch altijd wel wat mis. U kent dat wel; 
terwijl de zaal langzaam volloopt staat er een langharige techneut in 
AC/DC-shirt koortsachtig te pielen met kabels. ‘Keynote? Wij gebruiken 
PowerPoint …’

&#60;img width="1024" height="683" width_o="1024" height_o="683" data-src="https://freight.cargo.site/t/original/i/0f688dd32eaf2f9fc7b46572196439d4b9927f2690ba1e5cba65a7a9ae980410/presentatieperikelen.jpg" data-mid="89920261" border="0"  src="https://freight.cargo.site/w/1000/i/0f688dd32eaf2f9fc7b46572196439d4b9927f2690ba1e5cba65a7a9ae980410/presentatieperikelen.jpg" /&#62;
Afbeelding:&#38;nbsp;Ian Linkletter – flickr.com

Wat er ook mis is, de reactie van de sprekers is steeds verschillend. Grofweg kun je die in vier categorieën opdelen:


de spreker doet alsof er niets aan de hand is en maakt een amicaal praatje met de dichtstbijzijnde toeschouwerde spreker probeert mee te helpen (wat meestal niet helpt) en kijkt daarbij hoopvol naar het grote, zwarte schermde spreker wordt geheel aan zijn lot overgelaten en begint dan maar 
zonder slides – of met een uitgerekte versie van zijn zorgvuldig 
samengestelde presentatie
de spreker verliest zijn decorum, verkettert de techneut (inclusief 
zijn uiterlijke verschijning) en zweert daarbij nooit meer op een 
uitnodiging van het instituut in te gaan


Als hij echt voor het blok staat, zal een goede spreker ook zonder slides boeien.In New York weten ze hoe dat werkt. ‘Don’t give a speech, put on a 
show’, zei reclamegoeroe Paul Arden al. In zo’n optreden neemt de 
spreker de toehoorder mee op een reis waardoor die zwetende techneut al 
snel is vergeten. Hooguit breekt het krijtje tijdens het gloedvol betoog
 …



–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Muziek voor metrostations</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Muziek-voor-metrostations</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:22 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Muziek-voor-metrostations</guid>

		<description>Muziek voor metrostations
Maandagmiddag, half vijf, metrostation Waterlooplein in Amsterdam. Vanaf de straat loop ik naar beneden, richting de platforms. Dat doe ik al zes jaar lang vier dagen per week maar sinds begin dit jaar is er iets veranderd.De metrostations van de Oostlijn, dit station is er een van, waren na 35 jaar aan een grondige opknapbeurt toe. Er is flink verbouwd met vooral ingrepen in het licht, materiaal en de introductie van muziek.Dat de renovatie geslaagd is, is te danken aan de architect GROUP A en de dienst Metro en Tram.

Muziek op maatZo voelt het nu alsof je een Frans stadsbos in het voorjaar binnenloopt in plaats van het broeiende centrum van Calcutta in juni. Maar, dat is nog niet alles.Er is muziek en die is afgestemd op het moment van de dag. Muziek op maat dus om ‘de reisbeleving te versterken’. Het werkt kan ik zeggen. Voor de moeizame ontwakers is er ’s ochtends bijvoorbeeld een tsjilpende merel. In de voormiddag klinkt er coole jazz door de speakers. We zijn dan na de koffie wat energieker, volgens Maarten Hartveldt, de samensteller van die muziek. Dat er ’s avonds weer rustige pianomuziek speelt in de metrotunnels is aan hem te denken. Hij produceert belevingsconcepten en componeerde ook muziek voor bekende pretparken.

Kabbelend beekje
Als de metromuziek je stoort dan valt het op. Zoals de muzak in talloze winkelcentra, supermarkten en tandartspraktijken je waarschijnlijk stoort. Maar opvallen doen de nummers niet, ik ervaar ze eerder als een prettig kabbelend beekje.Een playlist heb ik trouwens nog niet kunnen vinden. Deze week ontdekte ik wel de tonen van Ambient 1: Music for Airports. De titel is in 1977 daadwerkelijk bedacht op een luchthaven door een overprikkelde reiziger. Die reiziger was Brian Eno, kunstenaar, voormalig toetsenist van Roxy Music en oprichter van The Long Now Foundation.Zijn muziek zou ontspanning en ruimte voor reflectie&#38;nbsp;moeten bieden. Dit album is 40 jaar oud maar is zijn tijd ver vooruit, net zoals de componist dat is. Dus vergeet de volgende keer even de muziek uit je oordopjes en loop dat verfrissende Franse bos in!


–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op debedachtzamen.nl</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>MUBI, een doorgewinterde filmvriend</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/MUBI-een-doorgewinterde-filmvriend</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:21 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/MUBI-een-doorgewinterde-filmvriend</guid>

		<description>MUBI, een doorgewinterde filmvriend
 
Wat de ene als een ‘moeilijk’ boek bestempelt, is voor de ander een magistrale leeservaring.Wanneer een film populair is, betekent dat niet altijd dat de film goed is. En ‘goed’ is natuurlijk een subjectieve kwalificatie.Veel ‘populaire’ films zijn tegenwoordig (legaal of illegaal) beschikbaar via online platforms. Massa’s mensen zweren bij een avondje ‘Netflixen’, waar de ‘populaire’ films je om de oren vliegen. Verzadiging door binge watching&#38;nbsp;en vervreemding van geliefden liggen op de loer.


Een eigen kleine bioscoop, altijd, overal
Wat we nodig hebben is een geloofwaardige curator die ons op filmdieet zet en kwaliteitsfilms voorschotelt. Want, wie bepaalt wat een goede film is; een vriend wiens oordeel je vertrouwt.Enter MUBI&#38;nbsp;[mōō’bē], begonnen als The Auteurs&#38;nbsp;in 2007 en in de huidige vorm, als ‘VOD’, beschikbaar sinds 2012, heeft inmiddels ruim 7 miljoen leden.1

Volgens de makers is hun ‘filmbibliotheek tot aan de nok toe gevuld met uitzonderlijke films die je in een week tijd niet in een Belgisch filmhuis zal vinden – zelfs niet in een dag. Een eigen kleine bioscoop, altijd, overal.’Het aanbod van MUBI is afgestemd op de regio dus in Frankrijk krijg je andere dagfilms te zien dan in Italië. Daarnaast is interessant dat het platform films exclusief lanceert via hun dienst, zoals Junun&#38;nbsp;(2015) van Paul Thomas Anderson.

De toekomst van de auteursfilm bepalen wij
Stel, je kijkt een prachtige documentaire over een obscuur radiostation in New Jersey en wil dit graag delen met een vriend. Dat kan op MUBI.Zo kwam ik A Man Escaped&#38;nbsp;op het spoor, een pareltje van Robert Bresson. Deze klassieke ontsnappingsfilm houdt je in de greep en overtuigde me om een abonnement (à 8,99 euro per maand) te nemen.

‘I’ll tell you, I think that the internet has provided an enormous boost to film criticism by giving people an opportunity to self publish or to find sites that are friendly.
–Roger Ebert (1942–2013), filmrecensent

We vroegen Hugo Emmerzael, recensent bij De Filmkrant&#38;nbsp;naar zijn visie op MUBI en hoe het zich onderscheidt van andere beschikbare aanbieders.

Heb je zelf MUBI en hoe vaak kijk je?
Ik heb al drie jaar een account op MUBI, waar ik erg onregelmatig gebruik van maak. Soms kijk ik in een maand meerdere malen iets, soms maanden niets. Dat hangt af van het aanbod en van de tijd die ik zelf heb om oudere films te zien. Als criticus ben ik soms namelijk meer bezig met een ‘nieuw’ onderwerp.

Wat vind je van het aanbod?
Omdat er elke dag een film vervalt en bijkomt blijft het aanbod van MUBI verrassen. Soms kom ik op deze manier films tegen die ik nergens anders kan vinden – al helemaal niet in HD! Ik ben dan ook meer geïnteresseerd in vergeten parels en andere obscuriteiten dan in recentere arthouse die ik allemaal zelf al voorbij heb zien komen. Vooral interessant voor mij zijn de retrospectieven van bijvoorbeeld Agnès Varda, Philippe Garrel of Jean-Luc Godard. Zulke series nodigen mij uit om dieper in het oeuvre van een regisseur te duiken die ik nog niet goed (genoeg) ken.

Waarin onderscheidt MUBI zich van andere VOD-platforms?
Als je MUBI vergelijkt met Netflix, Amazon Prime, Google Play, ofwel de VOD(Video On Demand)-giganten, dan valt het op dat film een centrale rol speelt op het platform. Dat komt door de kwaliteit in&#38;nbsp;het aanbod (30 films zijn altijd te overzien) en de kwaliteit van&#38;nbsp;het aanbod; de films zijn dikwijls van cinematografische waarde. Dat mis ik soms bij andere platforms, waar zo veel mogelijk content wordt aangeboden, waardoor de titels die ik boeiend vind begraven worden onder filters, algoritmes en andere data.

Als je MUBI vergelijkt met kleinere streaming-platforms zoals Picl, IFFR Unleashed en Cinetree, dan zie je dat MUBI’s filmaanbod ook anders in elkaar steekt. PICL en Cinetree zijn geweldige platforms voor arthousefilms, maar kunnen omwille van juridische en budgettaire redenen minder ver graven in de filmgeschiedenis. IFFR Unleashed&#38;nbsp;is ook geweldig voor festivalparels, maar zij hebben de ingebouwde regel dat hun gehele aanbod eerst op IFFR heeft moeten draaien. In die zin doet MUBI iets unieks.

Hoe ziet de toekomst van auteurscinema ‘on demand’ eruit?
Die toekomst laat zich sterk bepalen door (internet)wetgeving. Met welke licenties kan men films waar vertonen? Van wie is die film dan en hoeveel zou er voor betaald moeten worden? Ik kan me voorstellen dat Amerikaanse VOD-platforms als Filmstruck uiteindelijk richting Europa komen. Dat zou betekenen dat het aanbod nog groter wordt. Dat brengt voordelen met zich mee (meer aanbod! Meer films!) maar ook nadelen (meer maandelijkse rekeningen! Meer keuzes! Meer gefragmenteerde filmervaringen!).

De toekomst van de gehele VOD-branche ligt dus uiteindelijk in de handen van de consument. Die bepaalt welke dienst financieel rendabel blijft. Voor veel gebruikers is het lastig om af te wijken van de gebaande paden van diensten als Netflix. Wil auteurscinema on demand een eigen plek kunnen verwerven in het huidige filmlandschap moet het duidelijke, overtuigende keuzes maken om een groter publiek te kunnen bereiken.

Wat zou jij nog graag willen zien, wat je nu mist in het filmlandschap?
Wat ik op dit moment mis in Europa is wat Filmstruck nu in Amerika doet: Filmstruck biedt niet alleen films, maar ook extra content gericht op een doelgroep met een bijzonder grote interesse in film. Ik heb het over commentary tracks van films en making-of-documentaires toevoegen aan titels om inzicht te geven in het maakproces van een film, thematische programmering die inspeelt op de actualiteit of op een andere manier de relevantie van het programma toont. Meer essays van toonaangevende critici en academici een plek geven op de site. Interviews met de makers van de films bijvoegen, etc.Met zulke elementen wordt een VOD-platform een waardevollere bron van kennis en inzicht.

Dank voor je bijdrage, Hugo!
Bronnen: brainyquote.com en mubi.com
(Afbeeldingen: mubi.com)
–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op debedachtzamen.nl



Filmbeschrijvingen en (vaak) ondertitels zijn beschikbaar in het Nederlands.</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Mondriaans magische scheppingsruimtes</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Mondriaans-magische-scheppingsruimtes</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:19 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Mondriaans-magische-scheppingsruimtes</guid>

		<description>Mondriaans magische scheppingsruimtes
 
De een zweert bij een vroege ochtendstart in een rumoerig koffietentje vol hipsters, een ander bij een spartaans en geordend atelier aan een druk stadspark.Creatieven, schrijvers, kunstenaars, hebben ook gewoontes. Wachten op inspiratie is geen optie. Aan de slag&#38;nbsp;is het adagium en historisch gezien is de werkplek een niet te onderschatten voorwaarde voor het creëren van kunstwerken.


Schoon schip
‘Een ware toevlucht voor den mensch!’ Zo bestempelde Piet Mondriaan in 1919 zijn Parijse atelier op 5, rue de Colmiers.1Na een stroef bestaan en omzwervingen in Nederland besloot de pionier van de abstracte kunst naar Parijs te emigreren. Daar aangekomen veranderde hij vrijwel direct zijn naam in Mondrian; een ‘a’ was tenslotte voldoende.

Verblijfsperiodes in Amsterdam, Uden, Domburg en Laren hadden ervoor gezorgd dat Mondriaans kunst steeds minimalistischer werd.Door het naschilderen van het spiritueel-romantische werk van Caspar David Friedrich (1774–1840), kwam hij tot de conclusie ‘dat het schilderij alleen nog naar andere schilderijen kon verwijzen en dat de beleving van het schilderij belangrijker was dan de techniek waarmee het gemaakt is.’2

Alles leek erop dat Mondriaan (1872–1944) zowel in zijn werk als leven een prikkelvrij klimaat schiep. Zijn bestaan was geënt op toewijding aan de zoektocht en creatie van het sublieme kunstwerk. Hiervoor was de staat van zijn werkomgeving een eerste vereiste.Nadat hij terugkeerde uit Brabant in 1904 maakte hij schoon schip in zijn atelier. ‘Zijn dwangmatige neiging om alle facetten van zijn bestaan te beschouwen als een intensieve manier van werken, leidde tot dagenlang, schuren, poetsen en verven van zijn atelier.’1De diagnose OCD zou hem goed gepast hebben.

Ontmaskering
Mondriaans atelier werd wel een monnikscel genoemd. Net als zijn neoplastische werk, was zijn strak vormgegeven interieur geschilderd in primaire kleuren.De invloedrijke kunstbarones Hilla Rebay merkte dit ook op na een atelierbezoek: ‘Hij leeft als een monnik, alles is er wit en leeg met uitzondering van rood, blauw en geel geverfde vierkanten overal in zijn atelier en slaapkamer.’1

Wie zich verdiept in het leven van de kartuizers (en kartuizerinnen) ziet inderdaad sterke overeenkomsten met Mondriaans levenswijze.Peter Nissen, hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit, schrijft daarover:‘De kartuis is zoals de woestijn een plek van radicale confrontatie met jezelf. En daar houdt alleen stand wat echt is. Al het andere wordt er ontmaskerd. En het doel van die ontmaskering is om, als het ware gestript van alles wat overbodig is, pure ontvankelijkheid te worden … .’3

Een vriend van Mondriaan, dichter Adriaan Roland Holst, merkte bij een bezoek op hoe zijn leefruimte opgeofferd was aan de kunst:‘Als hij in de dertiende eeuw was geboren, was hij katholiek geweest [van huis uit was hij protestants] … Met zijn aard was hij dan tegen zijn dertigste jaar vast en zeker in een klooster gegaan. Daar had hij, aan de witte muur van zijn cel, het kruis gehad: de verticaal en de horizontaal, en zijn leven was daarmee vervuld geweest.’1

‘If we cannot free ourselves, we can free our vision.’ – Piet Mondriaan6

Ritme op het doek
‘De onzichtbare’, zoals de kubist werd genoemd, werkte zonder afleiding en in opperste concentratie. Onaangekondigd bezoek was niet erg welkom, want het verstoorde zijn proces. In zijn laatste atelier in Manhattan, New York werkte hij eens weken achtereen. Toen een vriend langskwam, deed Mondriaan open en zei: ‘I am not seeing anyone this week’, terwijl hij de bezoeker standvastig de deur wees.
Zijn toewijding aan de zoektocht naar het sublieme kunstwerk stond dus voorop maar eentonig was zijn leven allerminst. De platenspeler was een belangrijk item in zijn ateliers. Mondriaan was niet alleen jazzfan maar hield van vrijwel alle ‘vernieuwende’ muziek, zo ook van atonale muziek. Hierin gaat het om klanken, en om het ritme dat die klanken met elkaar aangaan. Dat is precies wat Mondriaan wilde in zijn kunst: losse klanken en ritme op het doek.4

Mondriaans studio werd zo een plaats om kunst te maken én te dansen. Het is de moeite waard om meer na te denken over de samenhang tussen beide; het combineren van vaste elementen met flarden van vrije expressie. Hoewel het vaak lijkt dat Mondriaan kunst tot in de kern wilde reduceren, was hij zeer alert op de verbanden met andere vormen van culturele expressie en bereid om hiervan te leren.5
Sterker nog, zijn laatste jaren in New York zorgden voor levensvreugde en kleurrijke schilderijen. De dynamiek van deze moderne wereldstad bracht ons ‘stuttering chromatic pulses, interrupted by light gray, … paths across the canvas suggesting the city’s grid, the movement of traffic, and blinking electric lights, as well as the rhythms of jazz’, oftewel: Broadway Boogie Woogie.

Wat dat betreft zou menig klooster Mondriaan en zijn opzwepende jazzmuziek een vroegtijdige uittreding hebben aangeraden.
–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op debedachtzamen.nl


Léon Hanssen (2015). De schepping van een aards paradijs; Piet Mondriaan 1919–1933. Querido. 

Wikipedia 

Peter Nissen. Kartuizers: de stille kracht van het witte paradijs.&#38;nbsp;Via peternissen.nlVia mondriaan.nl
Michael White. The Mondrian Guide to Life. Via tate.org.uk
Piet Mondrian&#38;nbsp;(1942). Toward the true vision of reality. Valentine Gallery, New York.</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Licht op licht</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Licht-op-licht</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:18 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Licht-op-licht</guid>

		<description>Licht op licht 
Zo’n 15 jaar terug werkte ik in een donker achterkamertje met een 
collega, twee bureaus en een plant. Het enige licht dat naar binnenkwam,
 piepte door een smal bovenraam; zo’n drie meter breed en 40 cm hoog. 
In de herfstmaanden knipten we de bureaulampen aan om bij te 
lichten. Dat smalle strookje daglicht versterkte ook nog ‘ns de 
winterdepressie …


Leren van de Romeinen
Wie ooit in het Pantheon in Rome heeft gestaan weet dat de Romeinen goed begrepen hoe je daglicht gebruikt.
 De tempel uit 27 v. Chr. (herbouwd in 125) is zo gebouwd dat het daglicht gelijkmatig verdeeld 
is over de ruimte. Naast het verlichten van de ruimte geeft het licht 
ook heel nauwkeurig aan wanneer de vier seizoenen beginnen en eindigen.
Wat die Romeinen ons hebben nagelaten, is tegenwoordig duidelijk te 
zien bij de ‘passiefhuis-beweging’. Een passiefhuis wordt verwarmd met 
passieve warmtebronnen, zoals de zon.&#38;nbsp; Zo’n huis stoot 54 procent minder
 CO2 uit dan traditionele gebouwen.‘Licht is interessant voor een passiefhuis omdat je zo op een 
natuurlijke manier warmte kan winnen. Een passiefhuis moet dus zeker een
 goede oriëntatie hebben. Concreet betekent dit jouw woning op het 
zuiden richten, met zoveel mogelijk glas aan de zuidkant om de warmte 
van de zon te vangen.’1


Duurzaamheidsgoeroes vragen al jaren aandacht voor slim gebruik van onze natuurlijke bronnen. Onze oosterburen lopen daarin ver voorop.
 Langzamerhand dringt hier ook het besef door dat de zon voor niets 
opgaat. En we moeten ergens starten, zoals Wubbo Ockels op zijn sterfbed
 zei: ‘Even a small thing does something.’


Healing environment
Net als onze woningen zijn veel ziekenhuizen ‘op kunstlicht’ gebouwd. 
Donkere ruimtes, lage plafonds en weinig ventilatie zijn inherent aan 
deze bouwsels uit vooral de vorige eeuw. Het opkomende ‘healing 
environment’ in de zorg probeert die periode te vergeten. Kunstlicht 
maar vooral daglicht, spelen een hoofdrol in het creëren van zo’n prettige omgeving.
 Een gebrek eraan leidt al gauw tot een tekort aan vitamine D; 
belangrijk voor de botten en spieropbouw. Bewezen is ook dat meer 
daglicht ziektekiemen doodt.Het zal niemand verbazen dat ook leerlingen beter presteren door een gezond binnenklimaat met voldoende daglicht.




Hollands licht
Daglicht dus. Essentieel voor het algehele welbevinden van de mens. Maar
 ook een gereedschap voor architecten, kunstenaars en natuurlijk 
fotografen.Joseph Beuys (daar is ’ie weer) beweerde in de jaren 70 dat het 
Hollandse licht niet meer was wat het ooit geweest was. Hij doelde 
hiermee op de inpoldering van het IJsselmeer en de verdwenen reflectie 
van het licht op het wateroppervlak. De ingreep zou volgens hem ‘grote 
impact hebben op de visuele cultuur’ die terugging tot de 17e eeuw.


Licht heeft kunstenaars al eeuwen geïnspireerd en dat zal nog eeuwen 
zo blijven. Filmmakers en fotografen zijn ‘grootverbruikers’. De 
Nederlandse cameraman Robby Müller,
 die veel met regisseur Wim Wenders werkte, is daar een goed voorbeeld 
van. Hij filmde veel in zwart-wit waarmee de intensiteit van daglicht 
versterkt wordt.
Het mooiste daglicht vind ik (en ben daar niet alleen in) overigens het ‘golden hour’. Dat is het 
eerste of laatste uur van de dag, vlak voordat de zon ondergaat. Vaak 
levert deze korte periode prachtige luchten op.


Inmiddels ben ik er qua werkruimte op vooruit gegaan. Een blik naar 
rechts, door de manshoge ramen, levert uitzicht op de grachten. Ook de 
winterdepressies zijn minder sterk aanwezig, nu nog een mooie plant op 
m’n bureau.


Bronnen: freyarchitekten.com, issuu.com/da-magazine, livingdaylights.nl en Wikipedia
–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl





Citaat van architect Tom De Soete</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Klik hier om uw ziel te verkopen</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Klik-hier-om-uw-ziel-te-verkopen</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:17 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Klik-hier-om-uw-ziel-te-verkopen</guid>

		<description>Klik hier om uw ziel te verkopen 
1968, een woelige periode in de geschiedenis en een jaar dat nauw verbonden is met de term ‘protestgeneratie’. Wie het meemaakte of deelnam, weet waarschijnlijk waar het&#38;nbsp;om ging, namelijk om vrijheid en autonomie. Studenten lieten zich gelden en de machthebbers moesten het vergelden. Parijs, Praag, Amsterdam en grote delen van Europa kwamen tot een massaal ontwaken.

Nu, in 2018, halen verschillende media de periode aan. Het toenmalige adagium ‘verbeelding aan de macht’ had iets utopisch en naïefs. De belangrijkste vraag lijkt na 50 jaar te zijn: hebben we wat aan ’68 gehad?In ieder geval zijn we een medium rijker, namelijk het internet. Over de opkomst en ondergang van de internetbubble eind 20e eeuw zijn boeken, blogs en kranten volgeschreven. Daarna groeide het wereldwijde web, en groeide en groeide. De social media maakten een explosieve groei door. Het internet zorgde voor je relatie en je levensverzekering en bezorgde een nieuwe stofzuiger net zo eenvoudig als je shoarma. De jongen met de scooterhelm betaalde je gewoon aan de deur maar voor de gratis diensten op internet betaalde je met jouw data.

‘Wij respecteren uw privacy’
Een groot deel van de eerder genoemde groep die je onder de protestgeneratie kunt scharen lijkt ongeïnteresseerd voor de grillen van het surveillance capitalism&#38;nbsp;en hun privacyschendingen. Dit zijn de talloze, veelal Amerikaanse, internetbedrijven die vrolijk uw data verzamelen en delen met data brokers.Echter, sinds Cambridge Analytica&#38;nbsp;lijkt die onverschillige houding te verschuiven. Wat voorheen onzichtbaar was, kwam plotseling aan het licht doordat een klokkenluider openheid van zaken gaf.

Toch denk ik dat de echte schok niet eens bestaat uit wat en hoeveel Facebook en consorten over ons verzamelen. Nee, dat zou ons ook niet moeten verbazen. Wat ons zorgen moet baren is: wat gebeurt er als deze data écht in verkeerde handen valt? Bijvoorbeeld in de handen een regering die onze rechten aan z’n laars lapt en het ‘landsbelang’ voorop stelt. Actuele voorbeelden te over, u weet waar ik het over heb.

Dezelfde vrijheid die in ’68 in het geding was, staat opnieuw op het spel. Met de AVG zijn we er nog niet, want de mogelijke wet voor een uploadfilter&#38;nbsp;doet veel stof opwaaien.

Neem het heft in eigen handen
Wat betekent dit voor onze (digitale) identiteit? Hiervoor citeer ik, vrij vertaald, graag uit een stukje van de Zwitserse filosoof, webdesigner en blogger Oliver Reichenstein. Zijn pleidooi heet niet voor niets Take the power back. Hij schudt ons wakker en biedt een alternatief voor onze apathische houding:

‘Het antwoord op de passieve consumptie van rommel is de actieve formulering van vragen, het actief zoeken naar antwoorden en het actief formuleren van complexe kennis en diffuse gevoelens in heldere woorden. In plaats van je passief te laten voeden door social media feeds, ligt in het zoeken, onderzoeken en reflecteren … de kracht om de geest te zuiveren. We moeten schrijven op onze eigen domeinen. Plaats geen gedachten op Facebook. Gebruik het om verkeer te genereren. Laat Medium links liggen voor bloggen. Geef je teksten niet uit handen. Neem bezit van wat je schrijft. Gebruik Twitter zorgvuldig.En stuur mensen via jouw domein naar andere domeinen die je waardeert, los van de gebruikelijke black holes, indien mogelijk.’

Autoriteit en machtsposities op een gezonde manier aan de kaak stellen, is altijd een optie. Maak een begin met het bedenken van alternatieven en door niets zomaar te slikken. Dat geldt ook voor de pillen die uw huisarts voorschrijft.De bal ligt bij u.


(Uitgelichte afbeelding: met dank aan Bill Jacobson)
–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op debedachtzamen.nl</description>
		
	</item>
		
		
	<item>
		<title>Joost Swarte – tussen aanhalingstekens</title>
				
		<link>https://eennegenzeven.eu/Joost-Swarte-tussen-aanhalingstekens</link>

		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 12:16:16 +0000</pubDate>

		<dc:creator>197</dc:creator>

		<guid isPermaLink="true">https://eennegenzeven.eu/Joost-Swarte-tussen-aanhalingstekens</guid>

		<description>Joost Swarte – tussen aanhalingstekens 
Op een feestje, ergens in Frankrijk, spelen twee muzikanten. Het 
etablissement zit vol, er is wijn. De zanger is een zestiger, in hip pak
 en met dito bril. Op de achtergrond staat een nonchalant neergezette 
tandem. Een bluesy deuntje wordt ingezet, gevolgd door een aantal geeuwen van de zanger door de microfoon. Best aardig en dat vindt het publiek ook getuige het applaus.De gelegenheidszanger blijkt Joost Swarte, striptekenaar en 
‘constructeur’ van ruimten.
De scène lijkt warempel zo ontsproten aan 
een van Swartes beeldverhalen.


Doorbraak
Een vorm van literatuur, zo noemde Rudy Kousbroek de tekening ‘De spiegel’ ooit.Swarte stopte in 1970 met zijn opleiding als industrieel ontwerper in 
Eindhoven want hij liep, naar verluidt, vast op de Helvetica 
(tegenwoordig maakt hij zelf lettertypen op maat). Maar vooral het feit 
dat hij in zijn tekenwerk zoveel meer persoonlijke verhalen kwijt kon, 
maakte dat hij stopte met de academie.


In zijn eigen stripblad Modern Papier en het Franse undergroundblad Charlie Mensuel (nu Charlie Hebdo)
 publiceerde hij zijn eerste werk. Daarna volgden, in eigen uitgave, 
vele series zoals Jopo de Pojo, Dr Ben Cine, Niet Zo, Maar Zo, et 
cetera.Zijn ‘doorbraak’ naar het Nederlandse publiek volgde in 1984 met zijn 
ontwerpen voor Kinderpostzegels. Inmiddels tekent hij met verve omslagen
 voor hét tijdschrift, de New Yorker. Het Hergé Museum in 
Louvain-la-Neuve vroeg hem als scenograaf, wat betekent dat hij de 
verhalen van de ruimtes bedacht. Ook is hij mede-oprichter van de 
Haarlemse Stripdagen en stripboekenuitgever Oog &#38;amp; Blik.



Geen Hergé
Swarte riep de term ‘klare lijn’ in het leven. De benaming ligne claire sloeg oorspronkelijk niet op de strakke inktlijnen en heldere 
kleurvlakken. Wat volgens Hergé ‘klaar’ oftewel helder moest zijn, was 
de verhaallijn. ‘Ge vertelt een histoorke,’ zei hij in 1977 tegen Joost 
Swarte, ‘en die historie moet verstaanbaar zijn, dus ge moet kláár 
zijn.’ 1&#38;nbsp; 
Zoals Swarte in Beeldverhaal (deel 4) van de VPRO aangeeft, is de kadrering, de dynamiek en de detaillering daarvoor net zo belangrijk.


Ook voor Swarte begint een verhaal bij de tekst. Het gaat om een bepaald idee in de tekening, hoe mensen zich voelen. Het is een opname van een bepaalde gebeurtenis. Bovendien lijkt het alsof er voor of na de scène iets belangwekkends is gebeurd.Overigens irriteert de vergelijking van Swartes werk met dat van Hergé 
hem. Het is een oppervlakkige opmerking, volgens de Haarlemmer. ‘Ik heb 
veel van Hergé geleerd, maar op een gegeven moment ga je je eigen weg.’ 
Wie goed kijkt, ziet dat ook. Swarte is bijvoorbeeld veel meer een 
stylist dan de wereldberoemde Brusselaar.


Integraal architect
Wat dat betreft passen Swartes strips, affiches, boekomslagen&#38;nbsp;en logo’s in de traditie van Gerrit Rietveld en ook Dick Bruna.&#38;nbsp;Er zijn in Swartes werk steeds verwijzingen naar Rietveld. De 
architect of constructeur in Swarte staat aan de basis van zijn werk. 
Zelden tekent hij natuurscènes, het merendeel van zijn verhalen speelt 
zich af in de stad. Dus in constructies; die gebouwen en het stedelijke 
landschap brengen spanning in zijn werk. Daarbij komt dat zijn gebouwen 
semi-realistisch zijn; het lijkt alsof ze zo gebouwd kunnen worden maar 
in werkelijkheid kan dat niet.





Die spanning is goed terug te zien in het eerste bouwkundig ontwerp van Swartes hand, de Toneelschuur in Haarlem.
 Het eerste contact met de bouwers kwam tot stand uit pure 
budget-overwegingen. De gemeenteraad moest ‘visueel worden geïmponeerd’ 
en Swarte zou daar de ideale – en betaalbare – kandidaat voor zijn 
geweest. Zijn ontwerp maakte hij in feite in een lange nacht. De overige
 tijd, hij had een week, besteedde hij aan de perfectionering van de 
constructie.De Toneelschuur kwam er in 2003 (samen met Mecanoo) en blijkt nog steeds 
een staaltje van overtuigende stedelijke architectuur. Swartes universum
 werd zo werkelijkheid in een steeg in het centrum van Haarlem.


Ook in de uitvoering kiest hij voor de Rietveld-benadering. Zo stond 
hij erop een tijdje in het huis te wonen dat hij in de Amsterdamse 
Jordaan ontwierp. Puur om de sfeer te proeven en te kijken of het huis 
zo gebruikt werd als hij had bedoeld. Zo is hij altijd in dialoog met 
zijn onderwerp.
De veertien glas-in-lood ramen in het Paleis van Justitie in Arnhem kwamen tot stand in gesprek met de rechters, de gebruikers van het 
gebouw. In de wereld zijn veel misstanden. Een rechtszaak heeft echter 
twee kanten die hij beide verbeeldt in dit werk van 25 meter.Dit is tekenend voor zijn werk; de relatie met de opdrachtgever weegt 
daarin het zwaarst. De adviseursrol van Swarte sijpelt door in al zijn 
opdrachten. Uitgangspunt is niet de vorm maar het luisteren naar wat de 
opdrachtgever echt wil.


Niet van deze wereld
De Provinciale Zeeuwsche Courant vatte zijn oeuvre scherp 
samen: ‘… Swarte schept zijn eigen wereld zonder ruimtelijke barrières 
en met veel humor. Zijn speelse omgang met die zelfverzonnen 
levensruimte biedt hem de inspiratie om tot ontwerpen te komen, die niet
 van deze wereld zijn, maar desondanks onze alledaagse wereld helpen 
verfraaien. Als dat je lukt, ben je een groot kunstenaar.’


In 2013 maakte Swarte een ontwerp voor een bijzondere bril.
 Een bril waarop links en rechts naast de glazen zijn aanhalingstekens “
 en ” aangebracht. Degene die de bril draagt geeft zichzelf zo de ruimte
 om de wereld “tussen aanhalingstekens” te beschouwen. Met lichte ironie
 misschien wel, zoals Joost Swarte ons zijn wereld wil tonen.


Overige bronnen: archined.nl, arttube.nl, dezwijger.nl, mascontext.com, VPRO Atlantis en Wikipedia
–Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl




Pieter Steinz, Made in Europe. 2014: Nieuw Amsterdam.</description>
		
	</item>
		
	</channel>
</rss>